Scholen voor talent

 
Welkom op het MLA

Beste lezer,
Deze schoolgids laat iets zien van de manier waarop wij het leren van kinderen begeleiden in een belangrijke fase van hun leven. De school heeft een traditie van vernieuwing, met als uitgangspunt de ideeën van Maria Montessori. Vernieuwing betekent niet het volgen van de waan van de dag en is niet een doel op zich. Het betekent dat je hetgeen je dagelijks doet, kritisch tegen het licht houdt en probeert te verbeteren. We kijken goed naar kinderen en willen hun ontwikkeling stimuleren. Daarom leggen we de lat hoog. Sinds 1930 zijn we in Amsterdam op deze manier zichtbaar aanwezig.

Het MLA biedt gymnasium,atheneum, havo en mavo en is geschikt voor kinderen met en zonder montessori-achtergrond. Het is met rond 1.600 leerlingen een grote school. Maar iedere leerling werkt in een eigen, kleine en zelfstandige ‘deelschool’ van 180 tot 250 leerlingen. Kleinschaligheid qua onderwijsorganisatie staat dus voorop. Voor ons is een veilige, vertrouwde omgeving de voorwaarde voor leren,vorming en begeleiding. En voor een zo goed mogelijke begeleiding.
 
Deze schoolgids, bedoeld voor ouders, verzorgers en voogden, leerlingen en andere belangstellenden, geeft een beeld van de organisatie. Hij schetst onder meer de achtergronden ervan, de gang en de stand van zaken, de prestaties en de plannen. Zo weet u wat u en uw kind(eren) kunnen verwachten. Nuttige, feitelijke informatie voor een heel schooljaar. Wilt u meer details weten, dan informeren wij u graag. Uiteraard houden we de ouders ook tijdens het schooljaar op de hoogte.

Wiebe Brouwer, rector

testen
ingang A-gebouw, september 2011

Het MLA: 81 Jaar voortgezet Montessorionderwijs

Het MLA, opgericht in 1930, was de eerste school voor voortgezet montessorionderwijs in Nederland.
De werkwijze heeft in de loop van de jaren vele andere scholen geïnspireerd. De school biedt vierjarig mavo, vijfjarig havo en zesjarig atheneum/gymnasium. Het onderwijs is vanaf het begin bepaald door de ideeën van Maria Montessori. Uitgangspunt is het principe: help mij het zelf te doen. Daarom krijgen leerlingen de ruimte om
  • zelfstandig te werken
  • zelf verantwoordelijkheid te dragen
  • binnen zekere grenzen het eigen werktempo te bepalen
  • zelf taken te plannen en werk in te delen
  • leren hoe te leren.
Onze waarden zijn integriteit, ontplooiing, verantwoordelijkheid, wijsheid en bezieling. Op basis daarvan kent het MLA als onderwijsdoelen:
  • de leerling zich laten ontwikkelen tot een zelfstandige, moreel bewuste en onafhankelijke persoonlijkheid
  • de leerling kennis en bekwaamheden laten verwerven om in studie, werk en samenleving succesvol te kunnen functioneren
  • het kunnen ontwikkelen van talenten.
Onze leerlingen krijgen de gelegenheid om zich te ontwikkelen tot zelfstandige en dus weerbare mensen. Mensen die initiatief kunnen nemen, creatief en taalvaardig zijn, tolerant zijn en voor hun mening durven uitkomen. Mensen met normbesef en verantwoordelijkheidsgevoel, die in vrijheid keuzes maken en sociaal handelen. Naast het bijbrengen van kennis zorgen we ook voor een stevige culturele basis.

lustrum 2010
Lustrum optreden Tuchinsky, december 2010
Vertrouwen

Om de onderwijsdoelen te kunnen bereiken, vormt de school een leer- en werkgemeenschap waarin leerlingen, docenten, ouders en medewerkers elkaar vertrouwen en respecteren. Van groot belang is dat leerlingen van hun opvoeders thuis en van hun begeleiders op school vertrouwen krijgen in hun capaciteiten, hun behoefte om zich te ontwikkelen en in hun vermogen om keuzes te maken en zich eigen doelen te stellen.Daarmee wordt hun de ruimte geboden om verantwoordelijkheid te dragen. Ze worden uitgedaagd en leren na te denken over hun eigen stijl van leren en werken. Het MLA stimuleert hen in een sfeer van openheid, tolerantie en creativiteit.

Eigen vorm

Naast de lessen heeft iedere leerling dagelijks werktijd, samen met leerlingen uit andere (ook hogere en lagere) klassen. Daarin hebben ze een duidelijke eigen verantwoordelijkheid. Want ze bepalen dan zelf aan welk(e) vak(ken) ze gaan werken. Docenten werken in de werktijd met degenen die daarin hun vak gekozen hebben.

Voor welke leerlingen?

Een kind hoeft niet op een montessoribasisschool te hebben gezeten om op het MLA te kunnen slagen.
Het is voor montessorileerlingen natuurlijk het meest logische vervolg. Maar leerlingen van andere basisscholen doenhet bij ons vaak even goed. Dat komt doordat ze ook daar nu meer zelfstandig op hun eigen niveau werken. Het MLA sluit hier in werkwijze en sfeer heel goed op aan. En dus is een montessorivooropleiding niet per se noodzakelijk.Een kind hoeft natuurlijk niet volledig zelfstandig te zijn als het op het MLA komt. Wij zien ook het ontwikkelen van een zelfstandige houding als een leerproces en werken daar bewust aan.


A-gebouw, engels lokaal
Ouders en de school

Ouders zijn op diverse manieren bij de school betrokken. Wij vinden dat belangrijk, omdat er behalve met de leerlingook een goede relatie met zijn ouders hoort te zijn.In de eerste plaats zijn er de contacten met hen over individuele leerlingen. Periodiek maar ook tussentijds wordt ouders verzocht de mentor van de klas te benaderen, als zij het gevoel hebben dat hun kind op de een of andere manier niet goed functioneert op school. Zo’n signaal is zeer belangrijk voor de begeleiding. Omgekeerd zal een mentor hetzelfde doen. Ouders zijn daarnaast met contactpersonen per klas vertegenwoordigd in het Oudernetwerk. Dit overlegt over  schoolzaken, stelt (kritische) vragen, adviseert de schoolleiding en voert daarmee overleg over de besteding van de ouderbijdrage. Ook organiseert het thema-avonden voor alle ouders. Het Oudernetwerk is tevens de achterbanvan de oudergeleding in de Medezeggenschapsraad.
Montessori Scholengemeenschap Amsterdam (MSA)

 Het MLA maakt deel uit van de Montessori Scholengemeenschap Amsterdam, de MSA, samen met:
  • Montessori College Oost (MCO, alle leerwegen vmbo).
  • IVKO-school voor Individueel Voortgezet Kunstzinnig Onderwijs (vmbo theoretische en gemengde leerweg/havo).
  • Amstellyceum (mavo, mavo/havo kansklas, havo, onderbouw vwo), en
  • Cosmicus Montessori Lyceum (havo/vwo), deelschool van het Amstellyceum.
De MSA biedt alle vormen van voortgezet onderwijs, heeft in totaal rond 3.200 leerlingen en circa 430 medewerkers. De scholen hebben elk hun specifieke kenmerken en een eigen sfeer, maar werken vanuit dezelfde montessori-uitgangspunten.


September 2011, schoolplein
Voortgezet montessorionderwijs

De scholen voor voortgezet montessorionderwijs hebben een eigen landelijke vereniging, het VMO. Zij werken  daarbinnen intensief samen op het gebied van onderwijsvernieuwing, scholing en kwaliteitsborging.
 
Onze werkwijze

Karakteristieken montessorionderwijs
Op het MLA staan didactiek en pedagogiek in het teken van kwalitatief hoogwaardige ontwikkeling van kinderen. De karakteristieken van de montessoriwerkwijze zijn landelijk vastgelegd door het VMO in de publicatie Karakteristieken van scholen voor voortgezet Montessori onderwijs. Zie Karakteristieken van scholen voor voortgezet Montessori onderwijs.
Groot maar kleinschalig

Een kleinschalige, veilige omgeving bevordert het leren. Daarom is zowel de onderbouw als de bovenbouw gesplitst in kleine, zelfstandig werkende deelscholen. In feite schooltjes in de school. Ze hebben elk hun eigen plek in het gebouwencomplex en hun eigen docententeam. Met andere woorden: kleinschaligheid en een persoonlijke, veilige sfeer. In je deelschool ken je elkaar en kun je zijn wie je bent. Vier van de vijf deelscholen onderbouw tellen elk 160-180 leerlingen. Dat zijn voor havo/vwo de AB, de EF, de DS en de ML (A-gebouw). Kleine eenheden van in principe 6 klassen: 2 eerste, 2 tweede en 2 derde klassen. De mavo-deelschool (E-gebouw) is een uitzondering; die omvat naast de klassen 1, 2 en 3 ook de examenklassen en telt circa 250 leerlingen. De drie deelscholen bovenbouw (X, Y, Z) zijn op vergelijkbare wijze georganiseerd. Zoals gezegd is de school groot en klein. Een voordeel van de grootte is dat de school veel keuzemogelijkheden voor leerlingen heeft en prachtige vaklokalen.
Werktijd naast lestijd

Het belang van zelfstandig leren en werken bepaalt onze schooldag. Naast lestijd omvat het rooster ook werktijd. De dag begint en eindigt met lessen voor de hele klas; de werktijd, waarin leerlingen uit verschillende leerjaren bij elkaar zitten, is vrijwel altijd midden op de dag ingeroosterd. Daarin plannen en kiezen ze zelf aan welke vakken ze gaan werken, en bij welke van de docenten die volgens het rooster aanwezig zijn voor begeleiding. De leerlingen zijn hier individueel of in groepjes aan het werk, kijken werk na, bespreken gemaakte opdrachten, doen toetsen, worden overhoord, enzovoort. Via een digitale werktijdplanner reserveren zij een plaats in een lokaal.
Hulpmiddelen bij het plannen

In de onderbouw havo/vwo is het schooljaar verdeeld in zes, in de mavo-deelschool en in de bovenbouw in vier blokken. Om zelfstandig te kunnen werken, moet de leerling natuurlijk precies weten wat hij per blok voor elk vak moet doen. Dat blijkt duidelijk uit de programma’s. Voor het plannen krijgt hij verschillende hulpmiddelen. In de onderbouw is dat onder meer het blokboek, met daarin per vak de onderdelen die moeten worden afgerond. In de bovenbouw spreken we van blokkenkaart. Verder geven werkwijzers voor diverse vakken in onder- en bovenbouw precies aan, wat er aan activiteiten wordt verwacht.


inlogscherm Magister
Magister

Magister is het programma dat op het Montessori Lyceum Amsterdam gebruikt wordt als Leerlingvolgsysteem (LVS) en als Elektronische leeromgeving (ELO). Docenten gebruiken Magister om de werkwijzers voor de vakken zichtbaar te maken voor leerlingen, om cijfers te verwerken, verslagen te maken en absenties van leerlingen bij te houden. Leerlingen gebruiken Magister om hun persoonlijke agenda, het rooster en roosterwijzigingen te bekijken. Leerlingen plannen zich via Magister digitaal in voor de werktijd. Vanaf de derde klas mavo en alle bovenbouwklassen die te maken hebben met een Examendossier (ED), bestaat de mogelijkheid de door de vakdocenten ingevoerde ED-resultaten in te zien. Ook ouders krijgen toegang tot Magister om via het internet de beschikbare gegevens te kunnen raadplegen. Ouders ontvangen een brief met een persoonlijke toegangscode. Mocht u problemen ondervinden met inloggen, dan kunt u contact opnemen met de administratie via magisterbeheer@mla.msa.nl.
Verslaggeving

Na ieder blok krijgt de leerling een verslag. Niet het bekende rapport met een cijfer per vak, maar een vorm die past bij de montessori-werkwijze.Per vak worden werkhouding, positie, kwaliteit, absentie en geheel beoordeeld (met enig verschil tussen onder- en bovenbouw). Een genuanceerd en tegelijkertijd compleet en duidelijk beeld van hoe de leerling zich ontwikkelt en waar hij nog aan moet werken.


voorbeeld van een vijfde verslag

Verklaring van de tekens

NE  afkorting van het vak
TAN
 de persoonlijke code van de docent
+++   uitstekend
++  goed
+
 voldoende
+ –
 zwak
–   
 onvoldoende

Letters voor geheel:

   goed:   de voortgang is goed tot uitstekend
 V
 voldoende:  
  de voortgang is voldoende, er zijn geen speciale maatregelen nodig
 R  
 risico:  
  de voortgang dreigt te stagneren en vereist extra aandacht
 O   
 onvoldoende:
  de voortgang stagneert en er zijn speciale maatregelen nodig.
  de leerling moet met de docent afspraken maken.
Uitleg van de rubrieken

Werkhouding  Hoe heeft de leerling het werk aangepakt? Er wordt gekeken naar concentratie, tempo en organisatie.

  • Positie  De vordering in het jaarprogramma, gesplitst in les-/werktijdstof, toetsen en – voor een aantal vakken – literatuur of practicum. Een getal geeft hier aan van hoeveel blokken de leerling de stof af heeft.
  • Kwaliteit  Waardering van de kwaliteit van het getoonde werk, verdeeld in les-/werktijdstof en toetsen. De aanduiding is vergelijkbaar met het cijfer op andere scholen.
  • Absentie  Alleen op het verslag in de bovenbouw. Afwezigheid tijdens het blok, aangegeven met een breuk (aantal verzuimde : aantal gegeven lesuren).
  • Geheel  Totaaloordeel over de voortgang in het vak. Bij het geheel wordt een prognose gegeven voor het volgende blok.
Werken in eigen tempo betekent dat leerlingen niet gelijk op gaan. Hoe ver zij zijn in de stof kan individueel verschillen. We waken er echter voor dat zij te ver achter raken.


Leren van fouten

Een montessori-uitgangspunt is ook: van fouten kun je leren, dus moet je die kunnen herstellen. Daarom mogen de leerlingen – mits de docent dat toestaat – gemaakt werk zelf nakijken met behulp van standaarduitwerkingen en antwoordenboeken. Ook iemand die vastloopt in een onderdeel of onzeker is over zijn uitwerking kan antwoordenboeken gebruiken. Natuurlijk wordt er wel eens wat overgeschreven van een ander. De enkeling die daarin wil volharden, valt bij toetsing uiteraard door de mand. De meeste leerlingen beseffen echter heel goed dat zij zelf verantwoordelijk zijn voor hun eigen leerproces.
 
Leerlingbegeleiding

Begeleiding van leerlingen staat op het MLA centraal. Dat is in onze werkwijze met de vele individuele contacten tussen leerling en docent vanzelfsprekend. Docenten zijn in eerste instantie verantwoordelijk voor de begeleiding op hun vakgebied. Met hen maakt de leerling ook afspraken als het niet zo goed loopt.

Mentor

Elke klas heeft een eigen mentor. Deze coördineert de begeleiding van de leerlingen en gaat bij de overgang steeds met zijn groep mee. Zo is continuïteit verzekerd. De mentor onderhoudt ook primair de contacten met leerlingen en ouders over het werken op school, resultaten, eventuele leergerelateerde problemen,  Mentor en leerlingen spreken met elkaar tijdens de mentoruren. De mentor bespreekt daar meer dan werk en resultaten. Een paar voorbeelden: hij zorgt zoveel mogelijk voor een veilige en open sfeer in de klas, informeert deze over zaken die binnen en buiten school spelen en leidt gesprekken daarover,en helpt bij het kiezen van vakken en van een vervolgopleiding. Door dit samenspel ontstaat in de loop van de jaren vaak een hechte band tussen mentor en leerlingen.

Persoonlijk mentor

Een persoonlijk mentor is een docent die een leerling individueel begeleidt in een periode waarin deze extra steun nodig heeft. Het zoeken van zo’n docent doet de leerling zelf, op eigen initiatief dan wel op advies van de verslagvergadering. Deze vorm van mentoraat moet de leerling weer in het juiste spoor helpen. Daarom is het voor een afgeperkte periode bedoeld. De uitvoering verschilt: de ene leerling heeft behoefte aan controle, de andere wil de zaken op een rijtje zetten, weer anderen zoeken vooral een vertrouwenspersoon of werken beter dankzij de extra aandacht.


Decanaat

Het werk van de decanen is vooral het voorbereiden en begeleiden van keuzes die leerlingen moeten maken. Dus niet zozeer een bemoeienis met hun schoolprestaties, maar meer met hun toekomstplannen en mogelijkheden. Voor de keuzes binnen de school werken de decanen nauw samen met de mentoren. Voor leerlingen van 3 havo en 3vwo betreft dat de keuze van een profiel. Leerlingen in 3 mavo kiezen een sector. Voor zowel profielen als sectoren gelden bepaalde vakkencombinaties, die weer toegang geven tot verschillende richtingen binnen het vervolgonderwijs na de school. In de bovenbouw is het programma van het decanaat vooral gericht op het vervolgonderwijs na het MLA. Daarom zijn er spreekuren, waarop de leerlingen met hun vragen bij het decanaat terecht kunnen. Ook ouders kunnen dan bellen. Er is een aantal verplichte activiteiten, bedoeld voor kennismaking met vervolgonderwijs (bijvoorbeeld een dag proef studeren aan de universiteit), voorlichting over keuzemogelijkheden in het algemeen en om bekend te raken in de wereld van studiefinanciering en aanmelding (de decanaatmiddag in het examenjaar).
Remedial teaching

Onze remedial teachers signaleren problemen, rapporteren daarover en verwijzen zo nodig door naar externe hulpverleners. Het gaat om leerlingen met taal- en/of leerproblemen als gevolg van bijvoorbeeld meertaligheid of dyslexie, die zij indien mogelijk ook beperkt ondersteunen en waarover zij docenten adviseren. Het beperkte aantal beschikbare uren remedial teaching wordt gebruikt in de eerste en tweede klas. Alle eersteklassers doen in september mee aan een signaleringsonderzoek. Daaruit komen aanwijzingen over mogelijke leerproblemen. Is daar aanleiding toe, dan wordt een leerling voor extra beperkte ondersteuning en/of verkennend onderzoek naar de remedial teacher verwezen. De mogelijkheid tot extra begeleiding wordt altijd eerst met de ouders besproken.

De zorg op het MLA

  • De zorgcoördinator coördineert in- en extern de zorg voor leerlingen en heeft regelmatig contact met de zorgmentoren van de deelscholen.
  • De deelschoolzorgmentor brengt in zijn deelschool de ‘zorgleerlingen’ in kaart. Hij onderhoudt over hen contacten met de zorgcoördinator, de betrokkenen binnen zijn deelschool en eventueel de ouders.
  • Het interne zorgoverleg, met als deelnemers de zorgcoördinator en de deelschoolzorgmentoren, werkt onder verantwoordelijkheid van de conrector onderwijs. Daarin wordt gezocht naar oplossingen voor leerlingen met wie het niet goed gaat. Getracht wordt door signaleren en het ontwikkelen van passende maatregelen uitval te voorkomen.
  • Daarnaast functioneert het zorgadviesteam (zorgcoördinator, schoolarts, schoolmaatschappelijk werker, leerplichtambtenaar en onderwijshulpverlener). Het zorgadviesteam bespreekt gevallen voorgelegd vanuit het interne zorgoverleg.
  • De aansluitmedewerker van Bureau Jeugdzorg (BJAA) adviseert bij problemen en kan naar dit bureau verwijzen. De aansluitmedewerker is bereikbaar via onze zorgcoördinator. 
  • Er zijn twee vertrouwenspersonen.
  • De afdeling Jeugdgezondheidszorg van de GGD Amsterdam heeft een schoolarts en een schoolverpleegkundige aan de school toegewezen. Ouders en leerlingen kunnen zich ook tot hen wenden. Zij zijn te bereiken onder nummer 020 5555719. Bij het aanbod van Jeugdgezondheidszorg in Amsterdam-Zuid hoort een onderzoek van alle leerlingen uit de tweede klas. Ouders krijgen een aankondiging. Het MLA neemt deel aan een project van Jeugdgezondheidszorg tot begeleiding van leerlingen die meer dan gemiddeld ziek en daardoor afwezig zijn. De schoolarts nodigt hen en hun ouders uit voor een gesprek.
  • De schoolmaatschappelijkwerker voert met leerlingen die van school of deelschool zijn gewisseld, in kline groepjes drie gesprekken, om de wisseling zo goed mogelijk te laten verlopen. Dit gebeurt tijdens schooluren. Eventueel volgt hier een reguliere aanmelding bij schoolmaatschappelijkwerk uit voort.
  • Wordt een leerling doorverwezen naar een externe zorginstantie, dan verstrekt de school deze altijd zijn/haar gegevens.

 
Blokken na de bel

Onderbouwleerlingen die daar behoefte aan hebben, kunnen, indien er plaats is, twee middagen per week onder begeleiding doorwerken op school. Dat begint na de herfstvakantie. Deze ondersteuning heet Blokken na de bel. De capaciteit is beperkt. Het maximum aantal leerlingen per middag is 25. Zie verder Huiswerkbegeleiding.

Leerlingenraad

De organisatie van de leerlingenraad is door de leerlingen zelf opnieuw opgezet, om deze een belangrijker plaats te geven in de school. Iedere deelschool heeft een ‘deelleerlingenraad’, bestaande uit vertegenwoordigers van elke klas van de deelschool. De centrale leerlingenraad voert regelmatig overleg met de schoolleiding.
Vakonderwijs

De school verzorgt voor alle vakken (zie hiervoor de lessentabellen) onderwijs van niveau, geïntegreerd in onze montessoriaanse werkvormen. Alle leerlingen wordt in de eerste klas het programma Antieke cultuur aangeboden. Na deze introductie van de Oudheid gaan degenen die werkelijk in Latijn geïnteresseerd zijn in het derde blok met dat vak verder. In de bovenbouw biedt de school bij de moderne vreemde talen zogenaamde plusprogramma’s. Die stellen leerlingen in staat op te gaan voor internationaal erkende examens. Ouders betalen een bijdrage in de kosten van deze examens. Daarnaast kan in de bovenbouw een keuze gemaakt worden uit een aantal interessante vakken zoals wiskunde D, filosofie, maatschappijwetenschappen, drama en tekenen. In de derde klas mavo krijgen alle leerlingen een beroepsgericht vak: Toekomst voor Talent. Daarin kunnen zij hun talenten en interesses ontdekken en ontplooien, en ook leren van hun minder sterke kanten. Tot aan het eindexamen werken ze in kleine groepjes aan zo’n vijf zelf gekozen opdrachten in de ICT-sfeer, van buiten de school. Ze bepalen ook voor een groot deel zelf wat ze daarbij willen leren. De begeleidende leerkracht (de coach) maakt hen bewust van de benodigde vaardigheden en competenties voor vervolgstudies of beroepskeuze. Zo wordt veel geleerd over zelfverantwoordelijk samenwerken en over allerlei ICT-toepassingen. Ze hebben ook contact met de opdrachtgevers, leveren het gemaakte product af en presenteren het. Zie ook www.toekomstvoortalent.nl.


Lessentabellen per leerjaar

Deze geven het aantal lesuren per vak per week aan. Een lesuur duurt 70 minuten. In een aantal gevallen staan halve lesuren vermeld, zijnde het gemiddelde van het gehele leerjaar, en in sommige gevallen varieert de lessentabel per week of halfjaar. In de onderbouw havo/vwo zijn de consequenties voor de gymnasiumkeuze apartaangegeven. In de leerjaren 3 en 4 mavo alsmede in de bovenbouw volgen de leerlingen slechts een deel van de aangegeven vakken, afhankelijk van hun sector- respectievelijk profielkeuze. Zie de lessentabellen schooljaar 2011/2012.

Gymnasium

Alle havo/vwo leerlingen werken in de eerste klas aan het programma Antieke Cultuur. Zij verdiepen zich in kunst, mythen en sagen van de Grieken en Romeinen, en ‘ruiken’ in dezelfde periode allemaal aan Latijn. Na deze introductie van de Oudheid gaan degenen die werkelijk in Latijn geïnteresseerd zijn met dat vak verder. In de tweede klas staat voor de latinisten Grieks op het programma. Leerlingen die Latijn en Grieks in de onderbouw afronden en in de bovenbouw examen doen in één taal of in beide talen, wat in het vwo mogelijk is, krijgen een gymnasiumdiploma. Onze examenresultaten bij de klassieke talen zijn uitstekend.

Verdieping

Onderbouw h/v leerlingen die niet voor het gymnasium kiezen, maken in de tweede jaarhelft van de eerste klas een keus uit drie vormen van verdieping: kunstklas, ontwerpklas of sportklas. De verdieping omvat de tweede jaarhelft van de eerste klas en de gehele tweede klas. Deze vorm van verdieping kan niet gecombineerd worden met het gymnasium, de lessen zijn gelijktijdig ingeroosterd.
Kunstklas

De kunstklas vormt een verrijking en een verdieping van het reguliere kunstprogramma. Kunstenaars van buiten school verzorgen de lessen, samen met MLA-docenten.

Ontwerpklas

Ontwerpen is een praktisch bèta-vak, waarin leerlingen werken aan opdrachten van externe opdrachtgevers.

Sportklas

In de sportklas kunnen leerlingen zich nader richten op het verdiepen van kennis endisciplines gericht op de beoefening van de sport.



Nog meer kunst


Het MLA heeft een rijke traditie van kleine en grote schoolvoorstellingen van toneel en musicals, de laatste vaak met koor en/of schoolorkest. Zo waren er de laatste jaren de volgende producties: Dido en Aeneas, de Toverfluit, Oliver, een bewerking van Peer Gynt van Ibsen, West Side Story en Hair. Het MLA werkt op het terrein van drama samen met Toneelgroep Amsterdam. Jaarlijks verzorgen leerlingenvan het MLA en een andere school gezamenlijk een junior-productie, afgeleid van een productie die TGA zelf vrijwel tegelijkertijd op de planken brengt.
Het Open Podium is, evenals de Montirade, een jaarlijks terugkerend evenement op school, waar leerlingen kunnen laten zien wat ze kunnen op het gebied van dans, muziek en toneel. Montipop is een muziekfestival voor en door onze leerlingen tijdens ons eindfeest in de Melkweg of elders. Daar vindt eveneens hun prachtige modeshow plaats, waarin zij producten tonen die in de lessen textiele werkvormen gefabriceerd zijn. Op onze website wordt regelmatig verslag gedaan van dit alles. En ten slotte: er kan op het MLA eindexamen worden gedaan in tekenen en in drama.
 
Kunstcoördinator

De school heeft een kunstcoördinator: een docent wiskunde, die ook beeldend kunstenaar is. Zijn opdracht is een doorlopend en samenhangend kunstaanbod te ontwikkelen voor zowel de onderbouw als de bovenbouw. Wij streven daarin naar twee herkenbare lijnen, gericht op beeldende kunst respectievelijk podiumkunsten. In onder- en bovenbouw krijgen alle leerlingen een aantal expressievakken aangeboden. Ze maken ook kennis met kunstuitingen, vaak in kleine projecten: lessen op school. In de onderbouw nemen de leerlingen deel aan activiteiten van de Kunstladder. Binnen het kader van dit culturele programma bezoeken ze met hun klas ieder schooljaar twee culturele evenementen of voorstellingen.

Plusprogramma's bovenbouw

In de bovenbouw biedt de school bij de moderne vreemde talen zogenaamde plusprogramma’s. Die stellen leerlingen in staat op te gaan voor internationaal erkende examens in Duits (Goethe-programma), Engels (Cambridge certificate) en Frans (DELF scolaire, Diplôme d’Etudes en Langue Française). Ouders betalen een bijdrage in de kosten van deze examens.
Modulen bovenbouw
In de vierde klas havo en vwo kiezen leerlingen een module. Een module heeft een studielast van 80 uur. De school heeft een rijk aanbod variërend van Italiaans, Spaans, tm film maken, MLA-tv, fotografie.

Buitenschool

De verbinding tussen de buitenschool en de ‘gewone’ school aan de Pieter de Hoochstraat wordt in de eerste plaats gelegd door ELO (Elektronische leeromgeving),onze virtuele school. Daar staan lesmateriaal en alle werkwijzers en planningshulpmiddelen in. Zelfstandig leren krijgt hierdoor een nieuwe dimensie, het wordt ook plaatsonafhankelijk. Zelfstandig leren kunnen leerlingen in onze studiezalen, vaklokalen, maar ook even gemakkelijk buiten school. Tot en met het zelfstandig nakijken van een oefening en het mailen van je score naar de vakdocent. Buitenschool speelt zich echter ook nadrukkelijk daadwerkelijk buiten school af! Via projecten, stages en uitwisselingen wordt het leren verplaatst van het schoolgebouw naar de maatschappij zelf. Ook de hieronder genoemde werkweken in de onderbouw en de bovenbouw maken deel uit van de buitenschool.


werkweek onderbouw

Werkweken onderbouw
Ieder jaar gaan de tweede klassen in september op werkweek in Nederland. De leerlingen kunnen deelnemen aan  een werkweek lopen, fietsen, roeien of kanoën. Met een vast bedrag voor eten goed voor jezelf zorgen, verantwoordelijkheid dragen voor de sfeer in de groep, dat zijn dan de belangrijkste zaken. Ook de derde klas mavo gaat op werkweek. De kosten van de werkweken worden nagenoeg volledig betaald uit de ouderbijdrage.

Werkweken bovenbouw
De vierdeklassers havo en vwo gaan in mei op werkweek in het buitenland en hebben daarvoor keuze uit een breed scala. Zo zijn er Berlijn, overleven in de Vercors, fotografie, film en video, drama. Leerlingen solliciteren op de werkweek van hun keuze en kunnen ook zelf een werkweek organiseren. Voor sommige werkweken gelden aanvullende eisen, zoals voor Berlijn Duits in je pakket. De kosten worden uit de ouderbijdrage betaald. In 5 vwo gaan de gymnasiumleerlingen naar Rome. Zij maken zelf de reisgids en presenteren de belangrijkste bezienswaardigheden aan elkaar.


werkweek bovenbouw, Vercors Frankrijk

Internationalisering
De huidige en volgende generaties leerlingen zullen na school vaak enige tijd buiten de eigen grenzen verder studeren en/of aan het werk gaan. De school wil hen daarop goed voorbereiden. Tijdens hun schooltijd zullen ze zich ervan bewust worden Europees burger te zijn. Ze leren hoe de Europese Unie functioneert enontwikkelen de vaardigheden die nodig zijn om goed te kunnen communiceren met bewoners van andere landen. Voor het onderwijs in de moderne vreemde talen wordt elk jaar geprobeerd ondersteuning te krijgen van buitenlandse stagiairs en taalassistenten;de leerlingen komen zo regelmatig in aanraking met hun taal en cultuur. Ook is in zogenaamde ‘plusprogramma’s’ een duidelijke internationale factor aanwezig. In de derde klas havo/vwo vindt uitwisseling met een Duitse school plaats. Bovendien gaan alle derde klas  havo/vwo-leerlingen een dag naar een stad in het nabije buitenland. Ook voor de leerlingen van 4 mavo is er een buitenlandse excursie, waar spreekvaardigheid Frans of Duits en cultuurkunde centraal staan. In de bovenbouw kunnen de leerlingen deelnemen aan een aantal projecten. Er is bijvoorbeeld een uitwisseling met een Franse school. In het kader van de nieuwe opzet van de werkweken bovenbouw worden ook allerlei bestaande en nieuwe internationale projecten aangeboden, zoals de werkweek in Berlijn, Cambridge, mode in Parijs.
Feesten, projecten en evenementen

Het schooljaar kent een aantal vaste evenementen. Feesten natuurlijk, en sportdagen, waarvan vooral de sportdag voor de eerste en tweede klassen in juni een bijzondere gebeurtenis is. Alle onderbouwers havo/vwo nemen gedurende een lesvrije week deel aan het zogeheten megaproject. Het bestaat uit projecten van uiteenlopende aard. Onderdeel is ook Mens en werk voor de derdeklassers havo/vwo die zich al vrijwel vanaf het begin van het schooljaar oriënteren op de keuzes van studie en beroep die ze later gaan maken. Ze kiezen binnen Mens en werk een beroep dat hen interesseert, spreken daar buiten school over met beroepsbeoefenaren en doen er verslag van. Afsluitend vindt in school een tentoonstelling van de resultaten plaats. De derde klassen mavo gaan in het derde blok op snuffelstage. Ze maken dan kennis met beroepen door een aantal dagen daadwerkelijk in een bedrijf mee te werken. Ook hier worden de resultaten op een tentoonstelling in school gepresenteerd. Uiteraard kent de bovenbouw de nodige feesten, naast allerlei excursies. Voor evenementen en projecten op het kunstzinnige vlak zie Kunst en cultuur op deze website.


Halloweenfeest 2011, onderbouw
 
Organisatie onderbouw

De onderbouw omvat de eerste drie klassen havo/vwo, en in de vierjarige mavo ook de eindexamenklas. De leerlingen blijven in hun onderbouwperiode als vaste klassengroep bij elkaar. Ze houden al die tijd in principe ook dezelfde mentor en zoveel mogelijk dezelfde docenten, want continuïteit in de begeleiding staat hoog in het vaandel.

Voortgang in de onderbouw

Typisch montessoriaans is het in eigen tempo doorwerken, binnen zekere grenzen, en zich continu ontwikkelen. Alhoewel soms onvermijdelijk, willen we zitten blijven voorkomen. Een jaar overdoen is ongewenst, vooral ook omdat het voor kinderen in deze fase van hun ontwikkeling van wezenlijk belang is dat hun groep of klas bijeen blijft. De praktijk werkt niet altijd mee. Een te laag werktempo, te geringe motivatie of andere oorzaken kunnen tot achterstanden leiden. Zulke leerlingen hebben dus meer tijd nodig voor de onderbouw. Daarom stellen we in havo/vwo al tegen het eind van de tweede klas vast, hoe en waarin zij verder
kunnen gaan:
  • leerlingen die beter op havo-niveau kunnen doorgaan, gaan met hun klas mee naar de derde en werken daar op havo-niveau. Zij kiezen in de derde klas voor de bovenbouw alleen nog een profiel, want na succesvolle afronding van de derde klas volgt in principe automatisch overgang naar 4 havo;
  • degenen die blijken het vwo-niveau aan te kunnen, werken in de derde klas op dat niveau door. Ook zij kiezen in de derde klas een profiel, en worden na succesvolle afsluiting van de derdeklas bevorderd naar 4 vwo of 4 gymnasium;
  • leerlingen die het niveau in een havo/vwo deelschool niet aankunnen, kunnen bij uitzondering aan het einde van de tweede klas havo/vwo nog doorstromen naar 3 mavo. In de meeste gevallen zal in eendergelijk geval aan het einde van de eerste klas havo/vwo doorstroming plaatsvinden naar 2 mavo;
  • De enkeling voor wie het MLA geen passend vervolg biedt, zal na de tweede klas een andere school moeten zoeken.

mavo, D-gebouw

In de mavo wordt in de eerste klas gewerkt op stevig mavo-niveau. Bij uitstekende resultaten op dat niveau kan op instigatie van het docententeam gewerkt worden aan havo-stof. Aan het einde van de eerste klas besluit de verslagvergadering of de betreffende leerlingen kunnen overstappen naar 2 havo-niveau in een havo/vwo-deelschool. Ook is het mogelijk na het behalen van een  mavo-diploma bij voldoende goede cijfers over te stappen naar 4 havo. De mavo-leerlingen kiezen in de derde klas voor een sector (vergelijkbaar met een profiel in de bovenbouw havo en vwo). Zij beginnen dan ook aan de opbouw van een examendossier, en krijgen de Wegwijzer voor de mavo uitgereikt. Deze omvat het examenreglement en de omschrijving per vak van toetsen en praktische opdrachten uit het examendossier. De resultaten uit het examendossier leveren per vak een schoolexamencijfer op. Dat leidt met het cijfer van het centraal schriftelijk examen tot een eindcijfer. Leerlingen die na 2 mavo niet naar 3 mavo worden bevorderd, kunnen afhankelijk van hun niveau en de eventuele kans op succes doubleren of het advies krijgen de opleiding voort te zetten op het vmbo-k. Dit kan niet op het MLA, wel binnen de MSA op zusterschool MCO. Doubleren is op het MLA geen recht. De docenten bespreken de vorderingen van hun leerlingen in verslagvergaderingen. Het laatste verslag gaat altijd vergezeld van een brief van de mentor. Hij kijkt daarin terug op het afgelopen schooljaar, en vermeldt ook besluiten en met de leerling gemaakte afspraken. NB. Het MLA maakt deel uit van de MSA. De MSA biedt een leerling die het MLA moet verlaten een plaats op één van haar andere scholen op het passende niveau. Ouders dienen tijdig aan te geven of men van deze mogelijkheid gebruik wil maken bij de leerlingenadministratie van het MLA. Het MLA en de MSA voldoen op deze wijze aan hun inspanningsverplichting. Willen ouders geen gebruik maken van deze plaats, dan zijn zij zelf verantwoordelijk voor het zoeken van een andere school.


mavo, D-gebouw
Organisatie bovenbouw

Havo- en vwo-leerlingen kiezen voor de vierde klas één van de vier profielen:
  • Cultuur en Maatschappij (C&M)
  • Economie en Maatschappij (E&M)
  • Natuur en Gezondheid (N&G)
  • Natuur en Techniek (N&T).
De bovenbouw is, evenals de onderbouw, kleinschalig opgezet. Er zijn hier drie deelscholen. Twee deelscholen (X en Y) bieden elk de profielen CM en EM. Eén deelschool (Z) is het huis voor de opleiding in de profielen NG en NT. Iedere deelschool bevat zowel havo als vwo leerlingen. Iedere deelschool heeft een eigen plek in het gebouw met een eigen studiezaal: de deelscholen X en Y in het D-gebouw, de deelschool Z in het B-gebouw. Er is een vast docententeam per deelschool; de deelschoolleider is eindverantwoordelijk. Zie Het Keuzeboekje Profielen in de bovenbouw elders op deze website.

Praktijk

Alle leerlingen volgen een vast aantal vakken in het zogeheten algemene deel. Daarbij kiezen zij een cluster van verwante vakken, het profiel. Ten slotte moeten zij nog minstens één examenvak kiezen. Het brede scala van vakken in de bovenbouw wordt afgesloten met een examen. Verschillende daarvan alleen met een schoolexamen, en wel in 4 havo, 4 vwo of 5 vwo.

Profielweek


Tussen twee blokken in is er steeds een week met een aangepast rooster, de profielweek. De leerling kan daarin dingen uit het afgelopen blok ‘repareren’. De week biedt ook gelegenheid voor bepaalde dagexcursies, afronding van een profielwerkstuk en het centraal inhalen van gemiste toetsen. De deelscholen organiseren in deze weken ook vormen van vakoverstijgend onderwijs.


bovenbouw, biologielokaal
 

Wegwijzer/examendossier

In het begin van een cursus ontvangen leerlingen de Wegwijzer voor het Profielexamen van hun leerjaar.  Deze omvat het examenreglement, dat de spelregels van de school bij examinering geeft, en de omschrijving per vak van toetsen en praktische opdrachten uit het examendossier. Het examendossier omvat alle onderdelen van het schoolexamen; voor elk vak is het eindcijfer het gemiddelde van schoolexamen en centraal examencijfer. Wanneer een vak geen centraal examen kent, is het schoolexamencijfer het eindcijfer. Het examendossier dient volledig afgerond te zijn, voordat mag worden deelgenomen aan het centraal schriftelijk eindexamen. Zie Wegwijzer voor het profielexamen elders op deze website.

Voortgang in de bovenbouw

De docenten bespreken en controleren de voortgang van de leerlingen bij het eerste, derde en vierde verslag. De besluiten over overgang vallen bij het vierde verslag. Leerlingen en docenten houden vanaf het begin van de vierde klas per leerling een examendossier bij, met alle schoolexamentoetsen en practica die meetellen voor het examen. Examengegevens spelen een rol bij de verslaggeving, maar zijn nadrukkelijk niet de enige kwaliteitstoets. Naast examentoetsen zijn er voortgangstoetsen en andere beoordelingen die geen onderdeel zijn van het examendossier. Het verslag met plussen en minnen vormt de rapportage van de ontwikkeling van een leerling.

Doorstromen in de bovenbouw

Voor leerlingen die na het behalen van een mavo-diploma willen doorstromen naar 4 havo, of voor leerlingen die  na het behalen van een havo-diploma verder willen gaan in 5 vwo, geldt de volgende procedure: in januari/februari bezoeken de decanen de respectievelijke examenklassen. Een leerling die wenst door te stromen geeft dit aan bij  de decaan. Ouders ondertekenen de aanmelding. Aanmelding voor 1 mei verschaft de betreffende leerling voorrang boven de externe instroom. De school hanteert een aantal voorwaarden inzake de doorstroom, deze zijn opgenomen in de wegwijzer voor het profielexamen. Zie Wegwijzer voor het profielexamen elders op deze website.


bedieningspaneel smartborden
Hoe het MLA zich ontwikkelt

Via ICT stimuleert het MLA dat leerlingen kunnen leren onafhankelijk van docent, plaats en tijdstip. Hiervoor hebben we de elektronisch leeromgeving (ELO), als het ware een school op internet. Daarin kunnen ze zelfstandig studeren aan de computer, overal, in en buiten school. Docenten vullen deze‘virtuele school’ voor hen met werkwijzers, opdrachten, diagnostische toetsen en informatie. Het systeem bevat ook een mailfunctie, waarmee docenten en mentoren leerlingen makkelijk en snel kunnen bereiken, en omgekeerd. De leerling vindt er behalve ondersteunend materiaal voor de vakken ook de meest actuele roosters en algemene informatie.

Schoolplan 2011-2015

Het MLA, traditioneel een vernieuwingsschool, is doende in die traditie zichzelf als montessorischool opnieuw uit te vinden. Het doel is modern, uitdagend en sterk onderwijs voor en met de leerlingen te maken. Kennis is voor ons een waarde. We beschouwen kennis als onlosmakelijk verbonden met vaardigheden. Niet elk wiel hoeft uiteraard opnieuw uitgevonden te worden. Bestaande ontwikkelingen zijn tegen het licht gehouden en al dan niet in bijgestelde vorm binnen het kader van ons Schoolplan 2011-2015 opgenomen. Bij de vernieuwing zijn belangrijke punten van aandacht de leerlingbegeleiding, de aansluiting tussen de onder- en de bovenbouw, de samenhang in didactiek en het leeraanbod binnen de vakken, en die tussen de vakken onderling.. Zie Schoolplan MLA 2011-2015 elders op deze website. (verschijnt november 2011)

De academische opleidingsschool Amsterdam

Het tekort aan leraren neemt de komende jaren toe, en de kwaliteit van hun opleiding is vaak onderwerp van discussie. De MSA heeft zich daarom zelf ook tot opleidingsschool voor leraren ontwikkeld. Met ingang van 2009 is het MLA, na een beoordelingstraject door de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie, als zodanig formeel erkend door het Ministerie van Onderwijs. De opleidingsschool richt zich vooral op een samenhangend leeraanbod voor aankomende docenten. Het MLA kan op deze manier zij-instromers en starters bedienen en verbetert ook de kwaliteit van de eigen leraren, die worden geschoold in het scholen. Ook is er de mogelijkheid wetenschappelijk onderzoek naar pedagogiek en didactiek binnen school te halen.
Een nieuw element hierin is de Academische Opleidingsschool. Het MLA is een van de weinige scholen in Nederland die, naast de erkenning als opleidingsschool, voor dit project in aanmerking komen.
 
We werken daarin samen met de Educatieve Hogeschool van Amsterdam (HvA/O&O) en het Instituut voor de Lerarenopleiding van de Universiteit van Amsterdam (ILO/UvA), om zelf onderzoek te verrichten naar de praktijk en effectiviteit van ons onderwijs. Het onderzoek richt zich de komende jaren vooral op de verdere uitwerking van de montessorikarakteristieken. Op deze wijze is het MLA in staat het vernieuwingsproces van de onder- en de bovenbouw intern te onderbouwen door middel van onderwijsonderzoek. Zie Academische Opleidingsschool Amsterdam elders op deze website.


schoolplein, september 2011

Veiligheid

Een veilige omgeving voor onze leerlingen en medewerkers staat hoog op de prioriteitenlijst. Het is primair een kwestie van begeleiden, en het gevolg van een goed en vitaal pedagogisch klimaat. Wij koppelen veiligheid met arbozaken en bedrijfshulpverlening, voor een samenhangend en professioneel veiligheidsbeleid.
Het complex voldoet aan de nieuwste veiligheidseisen. We hebben verder gediplomeerde bedrijfshulpverleners voor ongevallen en calamiteiten, oefenen deelontruimingen en houden regelmatig veiligheidsrondes.
We werken volgens een schoolveiligheidsplan en gebruiken een systeem voor incidentenregistratie en incidentanalyse. De school heeft een veiligheidscoördinator. Ook is een aantal conciërges opgeleid tot ‘pedagogisch conciërge’. Het MLA heeft in dit kader samen met een groot aantal andere scholen een convenant ondertekend, samen met de stadsdelen Oud-Zuid en Zuider-Amstel, de Regiopolitie Amsterdam-Amstelland en het Openbaar Ministerie te Amsterdam. Hierin zijn afspraken vastgelegd met betrekking tot de
veiligheid in en om de school. Het convenant ligt ter inzage op de  administratie. Er worden verder regelmatig deelprojecten uitgevoerd, zoals lessen in hoe met elkaar om te gaan en aandacht voor pesten.

Toelating

Toelating tot de eerste klas

De overstap van leerlingen uit groep acht van de basisschool naar de brugklas in het voortgezet onderwijs
is in Amsterdam geregeld in de Kernprocedure. Deze schrijft onder andere voor welke basisschooladviezen er mogelijk zijn, welke cito-scores daarbij horen, welke leerlingen automatisch toelaatbaar zijn, over welke kinderen overleg met de basisschool verplicht is, welke leerlingen een aanvullende toets moeten doen, en dat ouders hun kind slechts op één school tegelijk kunnen aanmelden. Bij de toelating gaan wij uit van het basisschooladvies (eerste gegeven), het cito-resultaat of de uitslag van didactisch onderzoek (tweede gegeven) en aanvullende onderwijskundige informatie van de basisschool. Ook kijken we naar de geschiktheid voor montessorionderwijs.

Overaanmelding en voorrang

Leerlingen die in het lopende schooljaar op een montessoribasisschool zitten, hebben bij overaanmelding voorrang. De voorrangsregel geldt alleen indien deze kinderen uiterlijk maandag 12 maart 2012 zijn aangemeld. Onder de overige leerlingen wordt bij overaanmelding door een notaris geloot. Als overgangsregeling is er ook voorrang voor broertjes en zusjes van zittende leerlingen die in het schooljaar 2010-2011 of eerder ingeschreven zijn, evenals kinderen van personeelsleden die in het schooljaar 2009-2010 of eerder in dienst zijn gekomen bij de Montessori Scholengemeenschap Amsterdam. Mocht er sprake zijn van overaanmelding binnen de voorrangscategorieën, dan zal ook daar geloot worden. Bij overaanmelding voor een advies wordt voor dit advies geloot.

Instromen in de onderbouw

Instroom van leerlingen in de tweede en derde klas is afhankelijk van het gegeven of er plaats is. Doorgaans wordt dat pas duidelijk in de laatste maand van het schooljaar. De aangemelde leerling wordt dan  met zijn/haar ouder(s) opgeroepen voor een verkennend gesprek. Daarin wordt onder andere gekeken naar  geschiktheid voor het montessorisysteem en naar de wenselijkheid van de overstap. Ook de mate waarin extra zorg en/of begeleiding gewenst zal zijn, wordt hierbij meegewogen. In dergelijke gevallen wordt altijd contact opgenomen met de school van herkomst. Leerlingen die op hun eigen school de derde klas moeten doubleren kunnen niet instromen in een derde klas op het MLA.


trappenhuis, B-gebouw

Instromen in de bovenbouw

Leerlingen die willen instromen in een vierde klas of hoger melden zich bijtijds bij de leerlingenadministratie van het MLA. Na de meivakantie wordt meestal duidelijk of er daadwerkelijk ruimte is. De leerling heeft dan samen met minstens één ouder een toelatingsgesprek met een deelschoolleider en de profieldecaan. Daarin komen werkwijze van de school, motivatie, niveau en vakkenpakket aan de orde. Plaatsing gebeurt na raadpleging van de school van herkomst en geldt in eerste instantie voor één jaar.

 

Toelating leerlingen met een zorgindicatie

Over plaatsing van leerlingen met rugzakfinanciering wordt uitgebreid overlegd met ouders en andere begeleiders. Dit om te kunnen vaststellen of de school nu en later voldoende mogelijkheden heeft om hen op de juiste wijze te kunnen (blijven) begeleiden. Het laatste is, evenals het juiste niveau en geschiktheid om ons onderwijs te kunnen volgen, een voorwaarde voor plaatsing. Indien we besluiten een dergelijke leerling te plaatsen, leggen we in het handelingsplan schriftelijk vast dat de begeleiding en de zorgvraag regelmatig worden geëvalueerd. Per schooljaar bekijken we of de school de noodzakelijke begeleiding en zorg kan blijven garanderen. De draagkracht en de capaciteiten van de deelschoolteams spelen hierbij een belangrijke rol, evenals het totale aantal zorgleerlingen waarvoor ze verantwoordelijk zijn. De onderbouw en de bovenbouw zien wij hier als twee aparte fasen. Afhankelijk van de aard, inhoud en ontwikkeling van de begeleiding en/of de zorgvraag, of van de mate van beperking, kan in sommige gevallen afronding van de onderbouw niet automatisch leiden tot toelating tot de bovenbouw. Sommige gebouwen zijn slechts deels toegankelijk voor leerlingen met bepaalde fysieke beperkingen. In gebouw E (mavo) is geen lift aanwezig, en is het ook niet mogelijk die aan te brengen. Daar kunnen dus geen leerlingen worden aangenomen met een beperking waarvoor een lift noodzakelijk. Voor hen kan een oplossing worden gezocht binnen een andere school van de
MSA.

september 2011, Pieter de Hoochstraat

Regels en sancties voor leerlingen voor schooljaar 2011/2012


Werksfeer

De werksfeer bepalen we met elkaar. Als uitgangspunt voor een goede werksfeer stellen we:
behandel anderen zoals je zelf ook graag behandeld wilt worden.

Schoolregels
Algemeen:
  • Volg aanwijzingen van medewerkers altijd op; een eventueel protest bespreek je later met je deelschoolleider.
  • Zorg dat je de leerlingenpas altijd bij je hebt.
  • Kledingstukken die het gezicht bedekken, belemmeren het contact en zijn daarom niet toegestaan.
  • Tijdens de lessen LO is om veiligheidsredenen een hoofddoek niet toegestaan.
  • De school is niet toegankelijk voor niet-leerlingen.
  • Gebruik van alcohol en drugs is verboden.
  • Filmen of fotograferen met je mobieltje zonder toestemming is verboden.
  • Vandalisme, graffiti, (seksuele) intimidatie, discriminatie, diefstal, geweld en het bezit van wapens is verboden. Eventuele schade wordt verhaald op de dader. In voorkomende gevallen wordt de politie ingeschakeld.
Tijdens de les, werktijd, in lokalen, mediatheek en studiezalen:
  • Je bezoekt de lessen volgens je rooster. Absentie zonder ziekmelding staat gelijk aan spijbelen.
  • Bij de eerste bel ga je naar het lokaal. Bij de tweede bel zit je in het lokaal.
  • Je verlaat het lokaal niet voordat de bel is gegaan.
  • Het is niet toegestaan tijdens de les of werktijd drankjes of etenswaren te nuttigen.
  • Het gebruik van een mobiele telefoon is in de onderbouw niet toegestaan tijdens de les of werktijd.
  • Het gebruik van een mobiele telefoon in de bovenbouw is alleen toegestaan als deze in vliegtuigstand staat (d.w.z. er is geen verbinding met een provider). Geen sms, niet bellen.
  • Bij overtreding van deze regel wordt de mobiele telefoon voor 24 uur in beslag genomen.
  • Het gebruik van een MP3-speler of andere geluidsdrager is niet toegestaan tenzij een docent daarvoor toestemming verleent.
  • De schoolcomputers zijn bedoeld voor schoolwerk. Op het netwerk heb je 50 MB eigen schijfruimte waar het schoolwerk op gezet kan worden.
  • Het is niet toegestaan om sites te bezoeken die pornografisch, discriminerend, beledigend of aanstootgevend materiaal bevatten.
  • Het downloaden van programma’s is niet toegestaan.
  • Chatten is niet toegestaan.
  • De ruimte aan de computertafels is zodanig berekend dat je hoogstens met z’n tweeën aan een computer kunt werken.

muzieklokaal, september 2011

Gebruik van computers, media en internet
  • Geluid- en beeldopnamen met je mobiel zonder toestemming van betrokkene(n) is verboden.
  • Beeld- en geluidsmateriaal dat onder schooltijd of tijdens schoolactiviteiten is opgenomen, mag niet worden vertoond aan derden, tenzij hiervoor uitdrukkelijk toestemming is verleend door de schoolleiding.
  • Geef nooit persoonlijke informatie door op het internet.
  • Vertrouwelijke gegevens mogen niet zonder toestemming van de persoon in kwestie via het internet worden verzonden.
  • Denk na voor je iets zegt: op sites wordt alles geregistreerd.
  • E-mail mag niet anoniem of onder een fictieve naam worden verstuurd.
  • Open geen mails van onbekenden en geen attachments.
  • Het is niet toegestaan om te pesten, om dreigende, beledigende, seksueel getinte, racistische, discriminerende berichten te verzenden of door te sturen.
  • Keep it cool op de digitale snelweg. Geef zelf altijd het goede voorbeeld en praat ruzies uit buiten
  • het internet.
In het gebouw en op het schoolplein
  • Fietsen is niet toegestaan op het schoolplein.
  • Plaats je fiets in de fietsenrek. Parkeer je brommer tegen de gevel in de Nicolaas Maesstraat.
  • Tijdens het 2e tot en met het 4e uur is het verboden om op het schoolplein te zitten.
  • Roken is in het gebouw niet toegestaan.
  • Op de blauw gemarkeerde tegels voor de ingang van de gebouwen A, B, C, D mag niet gerookt worden.
Rond de school
  • Het is niet toegestaan om in de portieken van de buren te zitten. De politie kan je hiervoor bekeuren.De rector heeft het recht om jouw kluisje open te laten maken, als er een vermoeden bestaat vandiefstal en geweld.
Op verschillende plaatsen zijn camera’s geïnstalleerd. Deze vorm van toezicht heeft een preventieve werking en de beelden helpen bij het aanpakken van wangedrag binnen de school.


mavo, reproruimte

Sancties

Schoolregels zijn er om op een prettige manier met elkaar om te kunnen gaan. Als je de schoolregels overtreedt, dan volgt er een sanctie. Sancties die oplopen in zwaarte. Zo zijn er sancties bij te laat komen, absentie, het afgaan van je mobiele telefoon in de les, etc. Daarnaast hanteert de school de volgende zwaardere sancties:
  1. formele waarschuwing: indien een pedagogisch gesprek niet leidt tot een verbetering in gedrag, dan kan de deelschoolleider de leerling een formele waarschuwing geven. Deze formele waarschuwing wordt op schrift aan de leerling en de ouders meegedeeld.
  2. schorsing intern: een deelschoolleider kan een leerling intern schorsen indien de leerling (mede)schuldig is aan onbehoorlijk gedrag, pesten, vandalisme, diefstal, geweld, alcohol/drugsgebruik, of een ander vergrijp. Een interne schorsing kan gecombineerd worden met een aanvullende maatregel, zoals het uitsluiten van een schoolfeest, of het opruimen van het schoolplein. Een interne schorsing heeft een duur van maximaal drie dagen. De leerling en de ouders worden hier schriftelijk van in kennis gesteld.
  3. schorsing extern: de rector kan de leerling extern schorsen, als hij van oordeel is dat er sprake is van een ernstig vergrijp. Een externe schorsing wordt door de rector gemeld aan de Inspectie van het Onderwijs. In voorkomende gevallen wordt contact opgenomen met de politie. De leerling en zijn ouders worden schriftelijk in kennis gesteld van een externe schorsing. In de brief wordt aangegeven op welke wijze hier eventueel bezwaar tegen kan worden aangetekend.
  4. derde schorsing (intern of extern): een derde schorsing leidt tot verwijdering van school door de rector.
  5. verwijdering van school: de rector kan een leerling ook direct van school verwijderen, indien er sprake is van een ernstige vertrouwensbreuk tussen de leerling en de school. Dit wordt schriftelijk aan de leerling en de ouders meegedeeld. In de brief wordt aangegeven op welke wijze eventueel bezwaar aangetekend kan worden tegen het besluit van de rector. Er gaat een afschrift van de brief naar de Inspectie van het Onderwijs. Mocht u bezwaar willen aantekenen tegen de schorsing dan kunt u een bezwaarschrift richten aan de bestuurder van de Montessori Scholengemeenschap Amsterdam, de heer F. Stouten, p/a Centraal Bureau MSA Polderweg 3, 1083 KL  AMSTERDAM
N.B. Dit overzicht van sancties is niet uitputtend.


mavo, biologielokaal, september 2011
Kwaliteitsmeting: zin en onzin

De Inspectie van het onderwijs publiceert kwaliteitskaarten over de prestaties van scholen. Het MLA heeft een eigen pedagogisch concept. We vinden het een goede zaak als het rendement openbaar wordt gemaakt, en constateren dat onze school naar tevredenheid presteert.

Nadruk leggen op uitsluitend examenresultaten en meetbaarheid van leerprestaties heeft ook negatieve kanten. Kwaliteit omvat immers veel meer. Persoonlijke groei en sociale ontwikkeling zijn niet direct meetbaar. Juist montessorischolen willen kinderen op een breed terrein kwaliteiten laten ontwikkelen. Zo kan het kind zich beter handhaven in de maatschappij en zich daar een plaats
verwerven. Het MLA werkt daar bewust aan. We werken ook aan het op peil houden van de kwaliteit van ons onderwijs. Het personeelsbeleid is gericht op verdere professionalisering van onze docenten en handhaving van het montessorigehalte, via coaching en scholing. Wij laten de kwaliteit op het MLA ook regelmatig beoordelen door de Nederlandse Montessori Vereniging.  De beoordeling van het MLA in 2011 was uitstekend.


diploma uitreiking mavo 2011
 
Geslaagd voor het eindexamen  
in afgeronde percentages 

 mavo havo
vwo
 
  92  92  93 2002
  88  91  95 2003
  96
 91  90 2004
  90
 90  89
2005
  86
 93  90 2006
  90
 91  90 2007
  98
 93  94 2008
  96
 89  98
2009
  96
 82  94 2010
  95
 86  91 2011

Zakelijke gegevens

De locatie

Ons complex bestaat uit een aantal gebouwen. Vier daarvan (A, B, C en D) liggen aan respectievelijk Pieter de Hoochstraat, Nicolaas Maesstraat, Ruysdaelstraat en Hobbemakade. Ze vormen een rechthoek rond een ruime binnenplaats. Nummer vijf, het E-gebouw, staat aan de andere kant van de Pieter de Hoochstraat.


het MLA, google-maps
 

Onderwijstijd


De wetgeving over het verplichte aantal uren onderwijs (de onderwijstijd) is de laatste jaren aangescherpt. Naast de lessen en de werktijd beschouwen we als onderdeel van de onderwijstijd ook vele door de school georganiseerde activiteiten met een grote didactische en/of pedagogische waarde. Zoals werkweken, uitwisselingen, oriëntatie op vervolgopleiding, schoolfeesten en culturele activiteiten.

Schooltijden en pauzes


De lessen beginnen om 08.30 uur en duren 70 minuten. Na elk lesuur is er een pauze.

De dagindeling:

1e uur 08.30-09.40 uur  
           pauze 20 minuten
2e uur 10.00-11.10 uur
            pauze 20 minuten
3e uur 11.30-12.40 uur
            pauze 30 minuten
4e uur 13.10-14.20 uur
           pauze 10 minuten
5e uur 14.30-15.40 uur
            pauze 10 minuten
6e uur 15.50-17.00 uur

Les in het 6e uur komt in de onderbouw in principe niet voor. Vijf minuten voor aanvang van een les gaat er een bel, leerlingen moeten dan naar het lokaal gaan. Bij aanvang van de les gaat een tweede bel.
 
Bereikbaarheid

Tram 3 / 5 / 7 / 10 / 12 / 16 / 24. Daarnaast diverse buslijnen. De meeste leerlingen komen op de fiets. Scooters, brommers of motoren van leerlingen mogen niet op het schoolplein geplaatst worden.

Kluisjes

Op school zijn kluisjes aanwezig, waarin leerlingen veilig zaken kunnen bewaren.


kluisjes, d-gang

Ouderbijdrage

Onze school kent tal van leerlingenactiviteiten, zoals projecten, cursussen, excursies, werkweken, de schoolkrant en feesten. Docenten maken veel materiaal voor zelfwerkzaamheid, in aanvulling op de boeken. De kunstvakken, de mediatheek, de kantine, werkplekken voor leerlingen en de inrichting van het dramalokaal krijgen vanuit ons onderwijsconcept eveneens speciale aandacht. Dat betekent extra kosten, om de leerlingen zich zo goed mogelijk te kunnen laten ontwikkelen. Maar de overheid neemt die kosten niet voor haar rekening. Op veel scholen moeten ouders voor dergelijke extra’s iedere keer afzonderlijk betalen. Het MLA doet het anders: het vraagt er jaarlijks een ouderbijdrage naar draagkracht voor. Die wordt gebruikt voor activiteiten of investeringen ten bate van de leerlingen en moet in principe al dit soort uitgaven dekken. De werkweken in de tweede en de vierde klas bijvoorbeeld worden daar volledig uit bekostigd.

De ouderbijdrage bestaat uit een vast deel van 95 euro, plus een inkomensafhankelijk deel tussen 0 en 425 euro. Het variabele deel wordt berekend op basis van het totale netto-inkomen van de ouder(s). De begroting wordt jaarlijks ter goedkeuring voorgelegd aan de oudergeleding van de MR (Medezeggenschapsraad). Het vaststellen ervan gebeurt door het bestuur van de SBBMSA (Stichting ter Behartiging van de Belangen van de MSA), waarin ook een aantal ouders zitting heeft. De ouders krijgen dus volledig inzicht in de gang van zaken.

Ouderbijdragen zijn in principe vrijwillig. Volgens de wet moeten de school en de ouders voor het betalen ervan een (schriftelijke) overeenkomst aangaan. Dat gebeurt op het MLA via het inschrijfformulier, met stilzwijgende jaarlijkse verlenging tot de leerling de school verlaat. Ouders die geen overeenkomst willen aangaan (doorgaans maar een fractie van het totaal) ontvangen een rekening voor de werkelijk voor hun kind(eren) gemaakte extra kosten. Deze kunnen aanzienlijk hoger zijn dan de ouderbijdrage. Tot slot: de school is voor iedere leerling toegankelijk, ongeacht het inkomen van de ouders. Daarom is voor hen die niet in staat zijn de ouderbijdragen te betalen een regeling mogelijk. Zij kunnen daarvoor contact opnemen met de conrector financiën.

Schoolboeken
 
Conform de landelijke regelgeving zijn alle door school voorgeschreven leermiddelen voor leerlingen gratis,  met uitzondering van naslagwerken als atlassen en woordenboeken. Het MLA heeft een zogenaamd ‘gefaciliteerd boekenfonds’. Dit betekent dat de school alle leermiddelen in eigendom heeft en deze in bruikleen verstrekt aan de leerlingen. Voor de distributie heeft het MLA een externe partij ingeschakeld (de firma de Ruiter & Fanoy). Het MLA werkt NIET met een systeem van borg. De ouders tekenen een bruikleenovereenkomst en zijn alleen kosten verschuldigd bij verlies of beschadiging van de in bruikleen verstrekte leermiddelen.  De leerlingen dienen dus zorgvuldig om te springen met de boeken en deze bij voorkeur te kaften om onnodige beschadiging te voorkomen.



Melding van afwezigheid

Als een leerling moet verzuimen, bijvoorbeeld wegens ziekte, dienen ouders dit tussen 08.15 en 09.30 uur  telefonisch door te geven. Een ziekmelding geldt voor één dag, tenzij de ouders aangeven dat het langer duurt. Het moet voor de school duidelijk zijn wanneer de leerling weer beter is en op school komt, waarbij een door ouders ondertekende verklaring moet worden ingeleverd. Moet dokters- of tandartsbezoek per se onder schooltijd  plaatsvinden, dan wordt verwacht dat de mentor daarover van tevoren schriftelijk wordt geïnformeerd.  Over absentie om andere redenen dient vooraf te worden overlegd met de mentor of de deelschoolleider.

Onderbouw:

Een leerling die op school ziek wordt en tussentijds naar huis gaat, meldt dit aan zijn mentor of deelschoolleider  en aan de pedagogische conciërge. Deze neemt zo nodig contact op met de ouders.
Bovenbouw:
Een leerling die op school ziek wordt en tussentijds naar huis gaat, meldt dit aan de deelschoolleider of de  pedagogische conciërge. Deze neemt zo nodig contact opnemen met de ouders.

Te laat komen

Te laat komen is zeer storend. We gaan er dan ook van uit dat iedereen probeert op tijd aanwezig te zijn, dat wil zeggen vijf minuten vóór aanvang van de lessen. Mocht een leerling te laat zijn - wat we digitaal registreren, dan  meldt hij zich de volgende dag om 08.15 uur op school.

Lesuitval

Onderbouw:
Bij afwezigheid van een docent wordt deze vervangen of een werksituatie georganiseerd, behalve wanneer het
eerste of laatste uren betreft. Vooraf wordt bekendgemaakt of er dan aan het begin of aan het eind van de dag  een uur uitvalt. Roosterwijzigingen staan op het bord in de deelschool, of de deelschoolleider geeft deze mondeling door.
Bovenbouw:
De mededelingen over uitval van lesuren en absentie/spijbelen of roosterwijzigingen staan op het bord in de
deelschool.

Telefoonsneeuwbal

Per klas wordt een telefoonsneeuwbal gemaakt. De bedoeling is dat leerlingen elkaar zo, in de volgorde van hun  telefoonnummerlijst, snel informatie kunnen doorgeven, bijvoorbeeld over lesuitval in het eerste uur.
Wij verzoeken de ouders de lijst bij de telefoon te leggen, zodat huisgenoten een bericht kunnen doorgeven als  de leerling niet thuis is.


 

Klachten

De MSA kent een algemene klachtenregeling. Daarnaast is er voor leerlingen het MSA leerlingenstatuut. Beide gelden ook voor het MLA en liggen op het secretariaat van onze school ter inzage. De ervaring leert, dat de meeste klachten over de dagelijkse gang van zaken door overleg tussen ouders, leerlingen en medewerkers kunnen worden weggenomen. Het is gebruikelijk dat uw kind of u een klacht eerst met de mentor van de klas bespreekt. Komt u er niet uit, dan kunt u zich wenden tot de deelschoolleider en uiteindelijk tot de schoolleiding. Wij vertrouwen in ieder geval dat iedereen zich vrij voelt om op school over problemen te (komen) praten, om gezamenlijk aan oplossingen te kunnen werken. Mocht dit onverhoopt tot een onbevredigend resultaat leiden, dan kunt u zich met een klacht of een bezwaar wenden tot het Bestuur van de MSA. De laatste halte in de klachtenprocedure is de externe klachtencommissie. De school is aangesloten bij de VBS (Vereniging Bijzondere Scholen). De school kent ook twee interne vertrouwenspersonen. Bij hen kunnen allerlei zaken worden gemeld en vertrouwelijk besproken, ook seksuele intimidatie, discriminatie, racisme, pesten, agressie en geweld. Zij adviseren indien nodig over eventuele doorverwijzing naar de externe vertrouwenspersoon voor onze school, en over het indienen van een klacht daar of bij de externe klachtencommissie. Bij klachten over een misdrijf, mogelijke ontucht, aanranding of een ander zedendelict is de school verplicht aangifte te doen bij de officier van Justitie.

Routes bij klachten over

organisatorische maatregelen/nalatigheid betreffende bijvoorbeeld roosters, gebouw: mentor /deelschoolleider / schoolleiding / bestuur / klachtencommissie; onheuse bejegening, bijvoorbeeld bij toetsing, beoordeling, bestraffing: docent, mentor / deelschoolleider / schoolleiding / bestuur / klachtencommissie; ongewenst gedrag: pesten, agressie, geweld, discriminatie, racisme, (homo)-seksuele intimidatie: contactpersoon / interne respectievelijk externe vertrouwenspersoon / klachtencommissie / bij strafbare feiten: politie/justitie.


culturele kunstzinnige vorming, B3-gang
Montessori Lyceum Amsterdam (MLA)

Pieter de Hoochstraat 59
1071 ED Amsterdam
020-6767855, fax 020-6795266
www.montessorilyceumamsterdam.nl
mla@msa.nl

Rector
 Wiebe Brouwer
Conrector onderwijs
 Peter Romein
Conrector personeel/formatie en financiën
 Bernard Jacobs

Deelschoolleiders onderbouw
  • AB   Eva Vinke
  • EF   Jeroen Meerhoff
  • DS   Anja Terweij
  • ML   Martin Rodermans
  • mavo mw Carl Linssen
Deelschoolleiders bovenbouw
  • X  Maarten Delvaux
  • Y Titia Wittenberg
  • Z Jack Marks
Decanen
  • Mavo Foekje Verhülsdonk         020 3052 102
  • X Margot Gorter                        020 3052 102
  • Y Ellen Verwiel                         020 3052 102
  • Z Carrie Stoop                          020 3052 102
onderbouw havo/vwo s.v.p. contact opnemen met Carrie Stoop, 020 3052 102

Zorgcoördinator

  • Chaia Levie                               020 3052 192

Remedial teachers

  • Chaia Levie         020 3052 192
  • Gerda de Rooij    020 3052 162
Vertrouwenspersoon

  • Annemarie Kroon, docent Nederlands,   annemariekroon@mla.msa.nl  035 541 1849  (bovenbouw)
  • Carlien Moeljono, docent Geschiedenis  carlienmoeljono@mla.msa.nl  020 468 2103  (onderbouw)
Medezeggenschapsraad

Te bereiken via het secretariaat van de school: mla@msa.nl

Moederorganisatie

Stichting Montessori Scholengemeenschap Amsterdam MSA
Bestuurder Ferd Stouten
Centraal bureau MSA:
Polderweg 3,       1093 KL  Amsterdam
Postbus 92048,   1090 AA  Amsterdam
tel 020 5979888,  fax 020 5979800
www.msa.nl  msa@msa.nl

Inspectie van het onderwijs

www.onderwijsinspectie.nl
info@owinsp.nl
Vragen over het onderwijs: 0800 8051 (gratis)
Klachtmeldingen over seksuele intimidatie, seksueel misbruik, ernstige psychisch of fysiek geweld: meldpunt vertrouwensinspecteurs 0900 111 3111  


lokaal frans, A-gebouw

Colofon
Redactie MLA
De cijfermatige gegevens dateren van augustus 2011
Inloggen | contact | sitemap | ontwerp en realisatie SchoolMaster BV